Hulp nodig? Bel +32 (0)494 12 15 29
media

Mest in de moestuin


Dierlijke mest wordt al sinds mensenheugenis gebruikt als voeding voor de bodem. Mest zorgt voor meer volume en bevordert, bij juist gebruik*, de vorming van de zo waardevolle humus.  Klassieke mest bestaat uit uitwerpselen van dieren en stro en hoort bij de organische, natuurlijke leveranciers van voeding. Het is niet alleen een meststof maar ook een prima bodemverbeteraar en heeft heel wat voordelen in vergelijking met kunstmest :

-        heeft een evenwichtige samenstelling en ondersteunt de gewassen op een natuurlijke manier.

-        Door de geleidelijke afgifte van voedingsstoffen vormt uitspoelen veel minder een probleem dan bij kunstmest.

-        Gewassen gevoed met organische meststof zijn sterker en weerbaarder. Bij kunstmest komen de voedingsstoffen op zeer korte tijd vrij.  Dit leidt tot een snelle groei maar de cellen van deze planten zijn zwak en waterig. Ze zijn vatbaar voor ziektes, bewaren niet goed en ook de smaak moet inboeten.

-        Verbetert de bodemstructuur en vergemakkelijkt het bewerken van de grond. Vooral paardenmest verlicht zware, compacte bodems.  Koemest daarentegen is prima  te gebruiken op lichte grond en geeft deze meer “body”.

-        Trekt regenwormen aan die op hun beurt meehelpen aan het composteren en zorgen voor zuurstof en leven in de bodem. 

-        Zorgt ervoor dat ook gunstige micro-organismen, bacteriën en schimmels de nodige voeding krijgen en hun werk kunnen doen.

-        Kost niets behalve misschien wat transportkosten.

Welke mest is er nu de beste ? Alle mest kan op voorwaarde dat hij voldoende gecomposteerd is. Iedere mest heeft specifieke eigenschappen. Uiteraard is mest van dieren die zo natuurlijk mogelijk leven beter dan mest van dieren die op stal blijven en eenzijdig gevoed worden.

Meest gebruikt in de moestuin zijn  :

-         Koe/rund :

Koemest is vochtig en compact. Werkt verkoelend (interessant voor droge, warme zomers), geeft meer vastheid en massa aan lichte bodems.

-        Paard/ezel :

Warme, lichte mest. Verwarmt en verlicht zware bodems. Doet de temperatuur van de bodem stijgen en is ideaal om te gebruiken in de koude bak.

-        Kip :

Mest die heel rijk is aan stikstof. Arm aan humus. Goed laten rijpen en voorzichtig gebruiken want geeft verbranding. Ideaal om compost te verrijken of om toe te dienen aan snelgroeiende en gulzige gewassen.

-       Schaap/geit :

Droge, warme mest, rijk aan kalium dus ideaal voor vruchtgewassen en fruit.  Goed laten composteren want geeft ook verbranding.

-         Varken :

Zeer koud, niet echt de beste keuze voor de moestuin.  Kan wel indien vermengd met andere mestsoorten. Geschikt voor pompoen, courgette en komkommer.

 

*Alle mest moet dus voldoende lang rijpen, ongeveer 1,5 jaar.  Mest bevat ziektekiemen en ondkruidzaden. Door de mesthoop voldoende lang te laten liggen worden deze geëlimineerd (vorst, bacteriën, weersomstandigheden, insecten,…).  Uiteindelijk verandert het mengsel van uitwerpselen en stro in een soort compost, donker van kleur en quasi geurloos.

Alle mest kan ook perfect gemengd worden met groenafval, bladeren of compost om zo verder te laten rijpen.

Wanneer bemesten ?  Het najaar is ideaal alhoewel oude stalmest ook perfect in het voorjaar kan gestrooid worden.  Strooien ?  Ja zeker. Onderspitten is echt niet nodig. Gewoon laten liggen, de regenwormen en bodemorganismen doen al het werk.  Het teveel kan in de lente naar de composthoop of kan gewoon blijven liggen.

De absolute topper houden we voor laatst : wormenmest, wordt niet voor niets het zwarte goud genoemd !

-          Wormenmest :

Rijk aan aan voedingsstoffen, gunstige micro-organismen, enzymen, mycorrhizae, … kortom een bron van leven en energie.

Geschikt voor alle bodems, geen overdosering mogelijk.

 

Oude stalmest en/of wormenmest : een zegen voor de tuin !

 

  • Jan 26, 2019
  • Comments: 0
Comments: 0
No comments
Leave a Reply

Your email address cannot be published. Required fields are marked*